Voedsel voor vlinders   -   Voedsel voor rupsen   -   Warmte   -   Beschutte plekken   -   Overwinteringsplekken

Warmteminners

Net als alle andere insecten zijn vlinders koudbloedige dieren. Dit betekent dat ze niet, zoals wij, altijd 37oC zijn. Hun temperatuur is afhankelijk van de temperatuur van de omgeving. Ze hebben de warmte van de zon nodig om te kunnen vliegen. Pas als het warm is, worden ze actief. Dagvlinders kunnen pas vliegen als hun lichaamstemperatuur tenminste 20oC is, maar 30oC is beter. Op een zonnige warme dag is dat geen probleem: door met zijn vleugels wijduit te gaan zitten, vangt de vlinder zoveel mogelijk zonnewarmte op. Als hij warm genoeg is, sluit hij zijn vleugels weer of gaat een eindje vliegen.
Vooral op beschutte plekjes kan het lekker warm worden. Daarom kun je vlinders vaak vinden in de luwte van struiken, heggen, houtwallen of bosranden. Maar op koude, bewolkte dagen houden ze zich schuil.