Voedsel voor vlinders   -   Voedsel voor rupsen   -   Warmte   -   Beschutte plekken   -   Overwinteringsplekken

Kieskeurige eters

Rupsen zijn erg kieskeurig. De meeste vlinders leggen hun eitjes dan ook op planten die later door de rups gegeten zullen worden. Deze planten noemen we de waardplanten van de vlinder. Meestal zijn dit wilde plantensoorten. Iedere soort heeft zo zijn eigen voorkeur.

Brandnetels
De grote brandnetel is een van de voornaamste waardplanten. Rupsen van de kleine vos, dagpauwoog, landkaartje en atalanta leven ervan. Voor ons betekenen brandnetels iets anders: ze prikken. Als je ze voor vlinders wilt laten staan, is het dus verstandig om dit in een hoekje van de tuin te doen. Je kunt ze ook in een pot zetten, om te voorkomen dat ze andere planten overwoekeren. De brandnetelplanten kunnen beter niet in de schaduw staan als je wilt dat vlinders er eitjes op leggen.

Ieder zijn smaak

Sommige rupsen leven van grassen, andere van kruiden of bladeren van bomen en struiken. Veel rupsen lusten maar een of enkele soorten waardplanten. Andere rupsen eten alleen planten uit één familie, zoals de rupsen van de kleine vuurvlinder, die verschillende soorten zuring eten. Ook zijn er rupsen die niet erg kieskeurig zijn: de rupsen van het bruin zandoogje eten bijvoorbeeld vrijwel alle soorten grassen. De rupsen van het groot en klein koolwitje leven van koolplanten. Het boomblauwtje heeft weer een andere smaak: de rupsen houden van klimop, heide en hulst.

Om verschillende rupsen voedsel te bieden, moet je dus verschillende soorten planten in de tuin zetten. Ook zonder waardplanten komen er wel vlinders in de tuin, wanneer er maar voldoende nectaraanbod is. Maar als er wel waardplanten in de tuin staan kun je met een beetje geluk niet alleen vlinders, maar ook eitjes, rupsen of poppen in de tuin vinden.