Voedsel voor vlinders   -   Voedsel voor rupsen   -   Warmte   -   Beschutte plekken   -   Overwinteringsplekken

Bescherming tegen regen en wind

In een open weiland of in een eenzijdig bos zul je weinig vlinders tegenkomen. Vlinders zitten het liefst op beschutte plekjes waar ze zich op kunnen warmen in de zon. Hier doen ze energie op om verder te vliegen. Ook als het waait of regent, zoeken vlinders deze beschutte plekken op, waar ze afwachten tot het weer beter wordt.
Door het planten van struiken of heggen kun je dergelijke beschutte plekken maken. Zo is het bijvoorbeeld gunstig om een haag (met uiteraard vlindervriendelijke soorten struiken) aan te leggen aan de kant waar de meeste wind vandaan komt. Meestal is dat de noordwestkant van de tuin. De haag breekt de wind en zorgt voor luwe plekken zodat het lekker warm wordt als de zon daar schijnt. Zo'n luwe plek is ideaal voor vlinders.

Variatie geeft mogelijkheid tot oriŽntatie

Een gevarieerd landschap met afwisselend struiken, bomen en planten helpt vlinders zich te oriŽnteren in het landschap. Dit doen ze ongeveer op dezelfde manier als wij onze omgeving herkennen aan sommige gebouwen. Als alle planten er hetzelfde uitzien, verdwalen de vlinders. Ze voelen zich prettiger in een omgeving waar een variatie is in zowel hoge als lage planten. Dit maakt het ook makkelijker voor de mannetjes en vrouwtjes om elkaar te vinden, omdat de mannetjes vaak hoge planten als 'uitkijkpost' gebruiken om vrouwtjes te zoeken.